|
Het onderstaande verhaal
kwam ik op internet tegen,
en het heeft me erg
ontroerd..want het gaat helaas in werkelijkheid
maar al te vaak zo...
Als je om dieren
geeft,wordt je er triest van....
Yvonne
Hoe
kon je..? ..? |
|
Toen ik pup was, amuseerde ik je met mijn
gekke streken en maakte ik je aan het lachen.
Je noemde mij je kind, en ondanks een
aantal kapotgekauwde schoenen en wat vermoorde kussentjes
werd ik je beste vriend.

Als ik "stout" was, schudde je met je
vinger naar me en vroeg je me "hoe kon je?",
maar dan gaf je weer toe en rolde je me
op mijn rug om mijn buik te kriebelen.
Mijn zindelijkheidstraining duurde wat
langer dan verwacht omdat je het vreselijk druk had,
maar daar hebben we allebei hard aan
gewerkt. |
|
Ik weet nog dat ik 's nachts mijn neus
tegen je aanschurkte
en dat ik naar je diepste geheimen en dromen
luisterde,
en ik kon me geen beter leven
voorstellen.
We maakten lange
wandelingen en renden door het park,

maakten ritjes in de auto,
stopten om een ijsje te
kopen (ik kreeg alleen het hoorntje want "ijs is slecht voor
honden", zei
je)

en ik deed lange dutjes in de zon en wachtte
tot je aan het eind van de dag thuis zou komen.
 |
|
Geleidelijk ging je meer tijd aan je
werk en je carrière besteden,
en meer tijd aan het zoeken van een
menselijke partner.
Ik wachtte geduldig op je, troostte je
als je gekwetst of teleurgesteld was,
gaf je nooit op je kop als je een
verkeerde beslissing nam en sprong vrolijk in het rond als je thuis
kwam.
En toen werd je
verliefd.

Zij - inmiddels je vrouw - is geen
"hondenmens".
Toch verwelkomde ik haar
in het huishouden, probeerde haar genegenheid te
geven en
gehoorzaamde haar.
Ik was gelukkig omdat jij gelukkig was. |
|
Toen kwamen de menselijke baby's en ik
deelde in je opwinding.
Ik was gefascineerd door hun roze huidje,
hoe ze roken, en ik wilde ze ook bemoederen.
Alleen maakten jij en zij je zorgen dat
ik ze pijn zou doen,
en ik werd de meeste tijd naar een andere
kamer verbannen, of naar de bench.
Oh, ik wilde zo graag van ze houden, maar
ik werd een "gevangene van de liefde".
 |
|
Toen ze groeiden, werd ik hun vriend.

Ze hingen aan mijn vacht en trokken
zichzelf op wiebelige beentjes op,
staken vingers in mijn ogen, onderzochten
mijn oren en gaven mij kusjes op de neus.
Ik hield van ze en van hun aanraking -
jouw aanrakingen waren nu zo zeldzaam -
en ik zou hen met mijn leven hebben
verdedigd als het nodig was geweest.
Ik glipte stiekem in hun bedden en
luisterde naar hun zorgen en geheime dromen,
en samen wachtten we op het geluid van
jouw auto op de oprit.
|
|
Er was een tijd dat, als anderen je
vroegen of je een hond had, je een foto van mij uit je portefeuille
haalde
en hen verhalen over mij vertelde.

De afgelopen jaren antwoordde je
slechts "ja" en veranderde je van onderwerp.
Ik was van "jouw hond" verworden tot
slechts "een hond",
en iedere euro die je aan mij besteedde werd er
een teveel. Nu heb je een carrièrekans in een andere stad,
en jij en je gezin
verhuizen naar een appartement waar geen honden toegestaan zijn.

Je hebt de juiste beslissing genomen voor
je "gezin",
maar er was een tijd dat ik je enige gezinslid was.
|
|
Ik was blij opgewonden over de autorit,
tot we bij het dierenasiel stopten.
Het rook naar honden en katten, naar
angst, naar hopeloosheid.

Je vulde de paperassen in en zei "ik weet
zeker dat jullie een goed tehuis voor haar vinden".
Zij haalden hun schouder op en
keken je meewarig aan.
Zij kennen de harde
werkelijkheid voor een hond van
middelbare
leeftijd, zelfs een met "papieren". |
|
Je moest de vingertjes van je zoon van
mijn halsband lostornen terwijl hij schreeuwde: "Nee pappa!
Laat ze niet mijn hond meenemen!"
En ik maakte mij zorgen om hem, en over
wat je hem hiermee had bijgebracht over vriendschap en trouw,
liefde en verantwoordelijkheid, en over
respect voor alle leven.

Je gaf me een afscheidsklopje op mijn
hoofd, je vermeed mij in de ogen te kijken,
en weigerde beleefd mijn halsband en
riem mee te nemen.
Je moest nog een deadline halen - en ik
nu ook. |
|
Na je vertrek zeiden de twee aardige
dames dat je waarschijnlijk al maanden wist dat je zou verhuizen
en dat je geen poging had gedaan om een
goed tehuis voor me te vinden.
Ze schudden het hoofd en
zeiden "hoe kon je?" |
|
Ze geven ons hier in het asiel zoveel
aandacht als mogelijk is met hun drukke bezigheden.
Ze voeren ons natuurlijk, maar al
dagen heb ik geen trek meer.
In het begin rende ik iedere keer als er
iemand langskwam naar het hek,
hopend dat jij het was.
Dat je van gedachten was veranderd.
Dat dit allemaal slechts een nare droom
was.
Of ik hoopte tenminste dat het iemand was
die medelijden met me had, die me zou redden.
Toen ik me realiseerde dat ik niet opkon
tegen die met gekke fratsen aandacht vragende pupjes,
die geen idee hadden wat hen te wachten
stond,
trok ik me maar terug in het verste hoekje van mijn kennel en
wachtte af.
 |
|
Ik hoorde haar voetstappen toen ze me
kwam halen aan het eind van de dag,
en ik liep met haar terug de gang door
naar een aparte kamer.
Een gelukzalig stille kamer. Ze
plaatste me op de tafel en wreef over mijn oren
en vertelde me dat ik me geen zorgen
moest maken.
Mijn hart bonkte in afwachting van wat
er ging gebeuren, maar ook voelde ik een zekere opluchting.
De "gevangene van de liefde" was aan
het einde van haar dagen gekomen.
 |
|
Omdat het mijn aard is, had ik met haar
te doen.
De last die zij moet torsen is zwaar, dat
weet ik zoals ik ook altijd jouw stemmingen aanvoelde.
Voorzichtig plaatste ze een
tourniquet om mijn voorpoot terwijl een traan over haar wang gleed.
Ik likte haar hand op
dezelfde manier als ik altijd bij jou deed om je te troosten, al die
jaren geleden.
|
|
Met grote
vaardigheid liet ze de injectienaald in mijn ader glijden.
Toen ik de steek voelde en de koele
vloeistof die zich door mijn lichaam verspreidde,
ging ik slaperig liggen, keek haar in de
ogen en fluisterde "hoe kon je?" |
|
Misschien begreep ze mijn hondentaal,
want ze zei "het spijt me zo".
Ze hield me tegen zich aan en legde mij
haastig uit dat het haar taak was
ervoor te zorgen dat ik naar een
betere wereld ging,

waar ik niet genegeerd, mishandeld of
verlaten kon worden of voor mezelf moest zorgen
een plaats van licht en liefde,
zo verschillend van dit aardse bestaan.
 |
|
Met het laatste beetje energie dat ik
nog had,
probeerde ik haar met een laatste
kwispel te vertellen dat mijn "hoe kon je?" niet tegen haar gericht
was.
Ik dacht aan jou, lieve baas.
Ik zal altijd aan je
denken en altijd op je wachten.
Moge iedereen in je
leven je zoveel trouw betonen.
|
|
 |
|
|
|
Onderschrift van de auteur Jim Willis
:
Als de tranen je in de ogen stonden bij het lezen
van "Hoe kon je?", zoals bij mij toen ik het schreef,
komt dat
doordat het een samenstelling is van de verhalen van miljoenen
dieren
die ieder jaar in asiels over de hele wereld sterven.
Iedereen mag het verhaal verspreiden voor niet-commerciële
doeleinden, zolang de auteur wordt vermeld.
Gebruik het om
mensen voor te lichten, op websites, in nieuwsbrieven,
op prikborden
in asiels en dierenartspraktijken.
Vertel mensen dat een huisdier in
huis nemen een belangrijke beslissing is,
dat dieren onze liefde en
zorg verdienen,
dat het vinden van een ander, goed tehuis voor je
dier je eigen verantwoordelijkheid is
en dat ieder asiel en iedere
dierenbeschermingsorganisatie je daarover goede adviezen kan geven,
en dat alle leven kostbaar is.
Doe alstublieft al het mogelijke om
te voorkomen dat een dier als ongewenst wordt afgemaakt.
   |
|
 |